Wat Afghanistan mij leert op World Humanitarian Day
Door: Mark Calder, advocacy World Vision Afghanistan
Vandaag is het World Humanitarian Day. Een dag waarop we stilstaan bij humanitaire hulpverleners wereldwijd. Mensen die zorg bieden, schoon water mogelijk maken en kinderen beschermen, vaak op plekken waar weinig zeker is. Onlangs zei ik tijdens een communicatieoverleg van World Vision Afghanistan:
“Stop alsjeblieft met het woord hoop.”
In Afghanistan kan hoop te makkelijk klinken. Alsof je belooft dat alles beter wordt. Maar wie hier werkt, weet dat die belofte niet zomaar te maken is. Oogsten mislukken. Wegen raken geblokkeerd. Financiering valt weg. Gezinnen leven met onzekerheid, dag na dag. Afghanistan heeft mij geleerd om voorzichtiger met het woord hoop om te gaan. Hoop moet je eerst leren zien, voordat je erover spreekt.
Hoop is geen belofte voor morgen, maar een manier van leven vandaag.
De weg naar Faryab
Tijdens een reis naar Faryab reden we uren over een ruwe weg. Het landschap werd steeds droger. Er waren minder bomen, droge beekjes, een laag waterreservoir, dor gras en aarde zover je kon kijken. Toen we een lekke band verwisselden, sprak een geitenhoeder ons aan. Bijna terloops vertelde hij dat droogte zijn kudde in één jaar met twee derde had verkleind.
Een paar kilometer verderop runt World Vision een gezondheids- en voedingscentrum, samen met de voorziening van schoon water. Toen we aankwamen, zaten er al tientallen patiënten te wachten. Onder hen was Najibullah, een ernstig ondervoede baby van één jaar. Zijn familie had acht uur gereisd, te voet en per ezel, vanuit het naburige Ghor. Ze kwamen voor een levensreddende behandeling. Dokter Hussein, die met ons mee was, vertelde dat de wegen waarschijnlijk binnen enkele weken door sneeuw geblokkeerd zouden raken. Hij en zijn collega’s zouden misschien vier maanden niet naar huis kunnen. Toch waren ze daar.
Een kliniek aan het einde van de weg
Heeft World Vision hoop gegeven aan Najibullahs familie? Ik denk het niet. Wat wij brachten, was een kliniek. Een plek waar getrainde en betrokken mensen klaarstonden. Najibullahs ouders hadden gehoord dat daar hulp was. Dat was genoeg om aan de reis te beginnen. Acht uur onderweg, met hun kind, omdat ze geloofden dat er aan het einde van die weg iemand op hen wachtte. Daar begint hoop.
Bij ouders die de reis maken. Bij een arts die de deur opent. Bij collega’s die iedere ochtend opnieuw opstaan om hun werk te doen, ook wanneer de omstandigheden zwaar zijn en zij zelf ver van huis zijn.
Wanneer zekerheid verdwijnt
In Afghanistan is er niet alleen droogte van land en water. Er is ook een droogte van zekerheid. Niemand weet of financiering blijft. Niemand weet of wegen open blijven. Niemand weet hoe zwaar de volgende winter wordt. Niemand weet welke en wanneer er een ramp komt.
En toch gaan we door. Artsen openen hun deuren. Hulpverleners blijven elke dag komen opdagen. Dat is wat World Humanitarian Day voor mij betekent. Deze dag gaat over de mensen die blijven staan waar omstandigheden zwaar zijn.
Hoop als manier van leven
De afgelopen tijd vroegen we kinderen en verzorgers in Afghanistan wat hoop voor hen betekent. Hun antwoorden gingen niet over zekerheid dat alles beter zou worden. Ze waren geworteld in de overtuiging dat God goed en barmhartig is, ook als omstandigheden niet veranderen.
Als christen, werkend met moslimcollega’s en gemeenschappen in Afghanistan, heeft dat mijn begrip van hoop verdiept. Ik gebruik het woord nu met meer eerbied. Ik draag de volharding van Najibullahs familie met me mee. En de stille trouw van dokter Hussein. En de overtuiging dat hoop geen belofte voor morgen is. Hoop is een manier van leven vandaag.
Daarom blijf ik zelf opdagen. In afgelegen gemeenschappen. In gesprekken met beleidsmakers. Op plekken waar zekerheid ontbreekt, maar waar mensen vandaag hulp nodig hebben. Op deze World Humanitarian Day eren we de mensen die blijven doen wat nodig is. Juist wanneer niets zeker is in zo’n context als Afghanistan.